Dit artikel is onderdeel van een 8-delige serie artikelen waarin de kwaliteit van websites van psychologen onderzocht is. Een introductie en overzicht van alle artikelen vind je hier: Hoe goed zijn de websites van psychologen?

Hoofdstuk 2: Vraag > Aanbod? Hoeveel psychologen hebben een website?

Het vorige hoofdstuk geeft het formaat van de doelgroepen uit deze scriptie weer. Daarnaast geeft het aan hoeveel er naar schatting gezocht wordt door potentiële cliënten naar psychologen in Noord Nederland. Zoals gezegd is de vraag en het animo groot. Minimaal 4000 mensen zoeken per maand naar een psycholoog in de provincies Friesland, Groningen en de bovenste helft van Drenthe. Maar wat staat er tegenover deze vraag? Is er genoeg aanbod? Is er überhaupt aanbod? Hebben de meeste psychologen een website die hun praktijk vertegenwoordigt op het internet of valt dat tegen? Dat is de deelvraag die binnen dit hoofdstuk centraal staat.

In hoeverre is het hebben van een website voor psychologen vanzelfsprekend in 2012?

Hoewel de ‘Google zoekopdracht’ cijfers uitkwamen op 40.000 en 52.000 ‘searches’ per jaar, bleek na onderzoek (en interviews) dat niet meer dan de helft van de vrijgevestigde psychologen een eigen website had.[1]

Gebaseerd op cijfers van overkoepelende organisaties (zoals het NIP en de NVVP), registers, interviews en eigen onderzoek is met een grote graad van zekerheid te zeggen dat het percentage vrijgevestigde psychologen dat een website heeft, zeker niet hoger ligt dan 55%. Dit cijfer geldt voor het landelijke bestand van psychologen (de eerdergenoemde 1100 psychologen), maar alles in het onderzoek wijst er op dat dit percentage zowel landelijk, als per provincie in verhouding consistent is. Dit zou betekenen dat van de eerdergenoemde 40–50 vrijgevestigde eerstelijns gz-psychologen slechts maximaal 25 praktijken een website hebben. (Binnen mijn usability onderzoek in hoofdstuk 4 test ik deze 25 websites op hun gebruiksvriendelijkheid.) Wat een nog belangrijker cijfer is, is het percentage psychologen dat zijn of haar website ‘actief’ en ‘bewust’ inzet ter promotie en ondersteuning van hun praktijk. Met het hebben van een website ben je er niet. Om bezoekers op een website te krijgen zul je actie moeten ondernemen. Zaken als; het bijhouden van een blog, betaalde advertenties of actieve participatie op online fora of sociale media zijn allemaal manieren om een website beter te laten scoren, waardoor deze op de ‘radar’ van een grotere groep mensen verschijnt.

Het percentage psychologen dat hun website ‘actief en bewust’ inzet ter ondersteuning van hun praktijk blijkt in Noord Nederland praktisch nihil te zijn. Na lang en breed onderzoek naar eerstelijnspsychologen en hun websites (zie hoofdstuk 4) is er in slechts één van de 25 door mij onderzochte psychologenwebsites sprake van het ‘actief inzetten’ van de website. Kortom, in dit geval dient de website het doel van ‘actieve ondersteuning en promotie’ van de praktijk. Er werd in dit geval bijvoorbeeld reclame gemaakt om deze website (en praktijk) (toegelicht in hoofdstuk 5) te promoten.

De enige ‘optimalisatie’ (of ‘factor van aandacht’) op psychologen websites die ik kon bespeuren was een lichte vorm van SEO die her en der werd toegepast. SEO staat voor ‘Search Engine Optimization’ wat zich in het Nederlands vertaalt tot ‘Zoekmachine Optimalisatie. Het toepassen van SEO technieken wordt gedaan om een website beter vindbaar te maken binnen zoekmachines als Google, waardoor er meer bezoekers op de website afkomen. Dit dient vaak puur een commercieel doel. Binnen het SEO vakgebied staan bepaalde technieken centraal zoals het gebruiken van belangrijke sleutelwoorden in de titel van een website. Zou een psycholoog zijn website normaal gesproken bijvoorbeeld ‘Praktijk Caspers’ noemen, dan zou een websitetitel die SEO toepast eruit zien als ‘Psychologen Praktijk Caspers te Groningen’. Door te vermelden dat het specifiek over een ‘psychologen praktijk uit Groningen’ gaat, weet Google meer van de website en krijgt deze een betere positie in de zoekresultaten. Dergelijke technieken waren hier en daar (in ongeveer 5% van de gevallen) wél te bespeuren, zei het op een vrij doorzichtige manier.

Daarnaast werkt SEO voornamelijk wanneer de website zelf ook geoptimaliseerd is, en niet alleen de stukken informatie waar Google wat mee kan. Andere onderdelen van de websites zoals het design, de algehele uitstraling, de usability en het taalgebruik lieten vaak te wensen over (zoals te lezen is in hoofdstuk 4), en in die zin is het toepassen van SEO technieken voor het merendeel van deze websites voor een deel verspilde moeite.

Een aantal redenen voor de huidige staat van psychologen websites

Het merendeel van de psychologen is nog niet overtuigd van de waarde van het hebben en inzetten van een website[2]. Veel van de psychologen die voor deze scriptie persoonlijk zijn geïnterviewd, kreeg het merendeel van de cliënten via een huisarts[3]. Dit deel verschilt per psycholoog, maar schommelt zo tussen de 70% en 90%. (Hoewel wel steeds een groter deel van deze groep ‘doorverwezen’ mensen ook even de website van de psycholoog bekijkt voordat hij contact opneemt.) Daarnaast kreeg een groot deel van de psychologen via mond tot mond reclame cliënten naar hun praktijk. Als laatste (en gemiddeld gezien) kleinste bron van nieuwe cliënten werd de website genoemd. Slechts één praktijk had meer dan 25% van haar cliënten direct te danken aan de website.

Omdat de cijfers er ‘nu’ zo uit zien voor de meeste psychologen, kunnen ze lastig een ‘return on investement’ zien van de investering in een goede website. Ook argumenten als ‘ik heb te weinig tijd om me met een website bezig te houden’ en ‘dat lijkt me iets dat veels te technisch technisch is voor mij’ werden vaak aangehaald als reden voor de huidige staat van de websites. Het probleem hiermee is dat het op dit moment een vicieuze cirkel vormt. Omdat de website verre van optimaal is, trekt het weinig cliënten aan, en omdat het nu weinig cliënten aantrekt denken veel psychologen; ‘dan investeer ik het nu ook niet in’.

Daarnaast zien psychologen hun praktijk duidelijk als ‘praktijk’ en een plek waar ‘zorg’ verleend wordt[4]. Door meerdere psychologen werd ik gewezen op het feit dat een ‘zakelijk en commercieel gevoel’ gemiddeld gezien nogal ontbrak onder de psychologen, en dat dat wellicht ook een reden was voor de huidige staat van de websites. Een website was in de ogen van de meeste psychologen iets ‘waarop je jezelf verkoopt’ en hier kan ik het niet mee oneens zijn. Dat dit echter problematisch is voor een groep mensen die zichzelf meer ziet als ‘hulp/zorg-verlener’ is wel enigszins begrijpelijk. Maar dat wil niet zeggen dat dit niet zal (moeten) veranderen.

De eerdergenoemde veranderingen in het psychologenlandschap zullen naar schatting psychologen dwingen om zichzelf wat zakelijker en commerciëler op te stellen. En het hebben en inzetten van een website is één van de krachtigste marketing en promotiemiddelen die er op dit moment voor handen is. ‘Wees daar aanwezig waar je klanten zijn’ is een veelgehoorde uitspraak in marketingstudies. Welnu, de klanten (hoewel psychologen spreken van ‘cliënten’) bevinden zich op het internet[5]. Niet alleen dat. Zoals te lezen is in hoofdstuk 1 is een heel groot deel van hun actief op zoek naar een psycholoog op het internet. Deze realisatie zal (ook bij die 50% zonder website) de komende jaren bij psychologen doordringen.

Naast de stijgende zorgkosten en de grote hoeveelheid psychologen is er naar verwachting nog een belangrijke factor die zal bepalen of beïnvloeden hoe snel de vertegenwoordiging van psychologen op het internet zal veranderen.

Zoals genoemd in hoofdstuk 1 startte in 2007 een nieuwe HBO opleiding genaamd ‘Toegepaste Psychologie’. Deze opleiding (een meer praktische variant) bleek dusdanig populair dat er inmiddels grenzen zijn gesteld aan het aantal nieuwe studenten dat zich hiervoor aan kan melden om een ‘overschot’ te voorkomen[6].

Deze grote groep ‘jonge psychologen’ studeert de komende jaren massaal af, en omdat we het hier hebben over een beduidend jongere (en wellicht praktischer ingestelde) groep mensen die zijn opgegroeid met het internet, kan dit leiden tot grote veranderingen in het online landschap zoals de huidige psychologen dat nu hebben ingedeeld (of juist niet hebben ingedeeld).

Om terug te komen bij de kernvraag van dit hoofdstuk en deze compact te beantwoorden, kan de volgende simpele uitspraak gedaan worden; ‘Nee’. Het is anno 2012 zeker nóg zeker niet vanzelfsprekend voor een psycholoog om een website te hebben. Laat staan dat hij deze actief inzet. Echter, nergens verandert een situatie zo snel als op het internet en hoewel het lastiger te zeggen is ‘wat’ er zal veranderen, kan wel degelijk met zekerheid gezegd worden ‘dat’ er iets gaat veranderen. Het internet is dé onaangeroerde promotie en marketing kans waar naar schatting een grote groep nieuwe en jonge psychologen zichzelf met succes zullen gaan vertegenwoordigen.

Volgend hoofdstuk: Hoofdstuk 3: Wat wil de (be)zoeker?

Vorig hoofdstuk: Hoofdstuk 2: Vraag > Aanbod? Hoeveel psychologen hebben een website?


[1] J.Janssen (voorlichting NVVP). (interview), Utrecht, 14 mei 2012.

[2] Y. Hofman. (interview), Groningen, 15 mei 2012. & M. van der Zande (interview), Groningen, 18 april 2012.

[3] Y. Hofman. (interview), Groningen, 15 mei 2012. & M. van der Zande (interview), Groningen, 18 april 2012.

[4] Y. Hofman. (interview), Groningen, 15 mei 2012. M. van der Zande (interview), Groningen, 18 april 2012. B. Thomassen (interview), Groningen, 23 april 2012.

[5] Bijlagerapport – Populatie, cijfers en zoekvolumes

[6] Te veel studenten willen psycholoog worden. Geraadpleegd op 7 juni 2012, http://vorige.nrc.nl/dossiers/hoger_onderwijs/selectie_en_toelating/article1630569.ece